Wezenpensioen

 

Als u komt te overlijden, hebben uw minderjarige en studerende kinderen recht op een wezenpensioen. Ook als u op dat moment niet meer deelnam aan de pensioenregeling. Het wezenpensioen gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op uw overlijden. Maar wanneer stopt het?

• Voor een minderjarig kind: op de laatste dag van de maand waarin het 18 wordt.

• Voor een studerend kind: op de laatste dag van de maand waarin het 27 wordt.

• Als het kind overlijdt.

 

Er zijn twee wezenpensioenen:

A- Een wezenpensioen voor halfwezen: dit is een uitkering voor kinderen waarvan één ouder is overleden die pensioen heeft opgebouwd bij Bpf-Mortel. De uitkering bedraagt 16 procent van uw ouderdomspensioen. Nam u op het moment van overlijden deel aan onze pensioenregeling? Dan gaan we uit van het ouderdomspensioen dat u maximaal had kunnen bereiken. Was uw deelname al voor uw overlijden beëindigd? Dan berekenen we het wezenpensioen over het ouderdomspensioen, dat u heeft opgebouwd. Bent u reeds met pensioen? Dan berekenen we het over het ouderdomspensioen dat aan u wordt uitgekeerd.

 

B- Een wezenpensioen voor volle wezen: dit is een uitkering voor kinderen waarvan beide ouders zijn overleden. Minstens één van deze ouders moet pensioen hebben opgebouwd bij Bpf-Mortel. Deze uitkering is twee keer zo hoog als een uitkering voor een halfwees.

 

Rekenvoorbeeld (in brutobedragen)

Als uitgangspunt nemen we weer de deelnemer, die als voorbeeld diende voor de berekening van een nabestaandenpensioen. Deze deelnemer overleed op 45-jarige leeftijd. Hij had toen 9 jaar opgebouwd in de pensioenregeling van Bpf-Mortel.

 

We rekenen eerst uit hoeveel ouderdomspensioen deze deelnemer zou hebben kunnen opbouwen tot zijn 65ste. We gaan hierbij uit van 9 echte opbouwjaren en 20 fictieve opbouwjaren. We berekenen dat als volgt:

 

We kijken hoeveel zijn vast overeengekomen salaris, inclusief

vakantietoeslag, prestatietoeslag en dienstjarentoeslag bedroeg: € 27.000

We trekken daar de franchise af:                                              € 15.974 -

                                                                                           -------------------

Zijn pensioengrondslag bedraagt dus:                                       € 11.026
 

Als de deelnemer niet was overleden, zou hij op zijn 65ste een jaarlijks pensioen hebben opgebouwd ter waarde van: € 11.026 x 2,15% x 29 = € 6.874,71.

 

Nu we dit weten, kunnen we het wezenpensioen per jaar berekenen:

 

Voor één kind   

1x 16% van € 6.874,71

€ 1.099,95

Voor twee kinderen                     

2x 16% van € 6.874,71

€ 2.199,91

Voor drie kinderen                      

3x 16% van € 6.874,71

€ 3.299,86

Voor één volle wees                    

2x 16% van € 6.874,71

€ 2.199,95

 

 

Was deze man geen deelnemer meer op het moment van overlijden? Dan bedraagt het door hem opgebouwde pensioen: 

€ 11.026 x 2,15% x 9 dienstjaren = € 2133,53


Op basis hiervan kunnen we het wezenpensioen per jaar berekenen:

Voor één kind   

1x 16% van € 2.133,53

€    341,36

Voor twee kinderen                     

2x 16% van € 2.133,53

€   682,73

Voor drie kinderen                      

3x 16% van € 2.133,53

€ 1.024,09

Voor één volle wees                    

2x 16% van € 2.133,53

€   682,73

 

Moeten uw kinderen het wezenpensioen aanvragen?

Bpf-Mortel stuurt hun de benodigde informatie toe.Hebben ze na één maand nog niets ontvangen? Dan doen ze er verstandig aan het klantteam van Bpf-Mortel te bellen, tel. 020 - 583 27 77. In alle gevallen geldt dat het wezenpensioen wordt uitgekeerd in maandelijkse bedragen.