Arbeidsongeschikt worden
Als u arbeidsongeschikt wordt, gaat uw pensioenopbouw gedeeltelijk door. Tenminste, als u aan een aantal voorwaarden voldoet. We lichten deze uitzonderingsgevallen hieronder toe.
U wordt arbeidsongeschikt
Als u arbeidsongeschikt wordt, heeft u onder voorwaarden recht op gedeeltelijke premievrije voortzetting van uw pensioenopbouw. Dat wil zeggen dat Bpf-Mortel een deel van de pensioenopbouw betaalt. Welk deel? Dat hangt af van de vraag in welke arbeidsongeschiktheidsklasse u bent ingedeeld.
Uw arbeidsongeschiktheidsklasse bepaalt hoeveel procent van uw pensioenopbouw Bpf-Mortel voor haar rekening neemt. Voor dat deel van uw pensioenopbouw hoeft u geen premie te betalen. Het onderstaande schema maakt duidelijk hoe Bpf-Mortel dit bepaalt. We merken hierbij op dat sinds 1 januari 2006 de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) is ingevoerd. Voor deelnemers met een WAO-uitkering geldt dezelfde premievrije pensioenopbouw. Alleen de ondergrens verschilt. Daar geldt een arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 45%.
Arbeidsongeschiktheidsklasse Hoe hoog is uw jaarlijkse premievrije pensioenopbouw?
65% of meer 67% van uw pensioenopbouw op het moment dat u arbeidsongeschikt werd.
45 tot 65% 33% van uw pensioenopbouw op het moment dat u arbeidsongeschikt werd.
35 tot 45% 17% van uw pensioenopbouw op het moment dat u arbeidsongeschikt werd.
Tot 35% Geen premievrije pensioenopbouw.
Zorg voor een volledige pensioenopbouw
Uit het schema blijkt dat het gaat om een gedeeltelijke premievrije pensioenopbouw. Als u arbeidsongeschikt blijft, loopt deze premievrije pensioenopbouw door tot uw 65e. De premievrije opbouw blijft bij volledige arbeidsongeschiktheid beperkt tot 67%. Dat is namelijk de opbouw die u nodig heeft om op uw 65e met pensioen te gaan. Ook de aanvullingsregelingen gelden niet langer. Tijdens uw arbeidsongeschiktheid wordt uw pensioenopbouw dus niet volledig voortgezet. U doet er verstandig aan zelf voor het ontbrekende deel van uw pensioenopbouw te zorgen. Dat kan op drie manieren:
- U bent gedeeltelijk arbeidsongeschikt en gaat in deeltijd werken. Uw werkgever draagt dan pensioenpremie voor u af.
- U laat zich als werkloze registreren bij het Centrum voor Werk en Inkomen. Daar kunt u ook een uitkering aanvragen. Bent u ouder dan 40 en heeft u recht op een loongerelateerde WW-uitkering? Dan kunt u een beroep doen op de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP) om het resterende deel van uw pensioenpremie te betalen. Let op: de FVP neemt met ingang van 2011 geen nieuwe gevallen meer aan.
- U neemt het resterende deel van de premie voor eigen rekening. U betaalt dan zowel het werkgevers- als werknemersdeel van de premie. We noemen dit vrijwillige voortzetting. Dit is in de regel maximaal drie jaar toegestaan. Het is daarbij ook mogelijk de premie voor de aanvullingsregelingen te blijven betalen.
U moet premievrije voortzetting en vrijwillige voortzetting van uw pensioenopbouw zelf aanvragen!
Bent u gedeeltelijk of volledig arbeidsongeschikt geworden en wilt u in aanmerking komen voor premievrije voortzetting van uw pensioenopbouw? Dan moet u deze zelf na de eerste WIA-dag aanvragen. U gebruikt daarvoor het aanvraagformulier dat u hier kunt downloaden.
Bent u gedeeltelijk arbeidsongeschikt en kiest u voor vrijwillige voortzetting? Dan moet u een verzoek indienen binnen drie maanden na uw eerste WIA-dag of de dag waarop uw arbeidsongeschiktheidspercentage is verlaagd. Ook dat kan met het aanvraagformulier bij de downloads.
Bent u voor 2006 arbeidsongeschikt geworden?
En had u toen recht op een premievrije voortzetting van uw pensioenopbouw? Dan blijft uw premievrije pensioenopbouw in de nieuwe pensioenregeling op het niveau van de oude pensioenregeling.