Nieuwe baan

 

Waardeoverdracht bij verandering van werkgever

Stel dat u van werkgever verandert. Als dit weer een mortel- of morteltransportonderneming is, verandert er doorgaans niets aan uw pensioenopbouw. U blijft dan gewoon deelnemer aan de pensioenregeling van Bpf-Mortel. Gaat u echter in een andere bedrijfstak werken? Dan is uw nieuwe werkgever aangesloten bij een ander pensioenfonds. Dit heeft gevolgen voor uw pensioenopbouw.

Andersom geldt hetzelfde. Dus als u in dienst treedt bij een bedrijf in de betonmortelindustrie en daarvoor in een andere bedrijfstak heeft gewerkt. U bouwt dan voortaan pensioen op bij Bpf-Mortel. Ook dat heeft gevolgen voor uw pensioenopbouw.


In beide gevallen doet u er verstandig aan om na te gaan of u waardeoverdracht wilt. We bedoelen daarmee dat u uw reeds opgebouwde pensioenaanspraken meeneemt naar uw nieuwe pensioenfonds. U bepaalt zelf of u dat wilt. We leggen hieronder uit met welke factoren u rekening moet houden.

Factor 1: middelloonregeling of eindloonregeling?

De pensioenregeling van Bpf-Mortel is een middelloonregeling. Dat wil zeggen dat u een pensioen opbouwt, dat is gebaseerd op uw gemiddelde salaris gedurende uw loopbaan. Veel pensioenfondsen hebben een middelloonregeling. Maar er zijn ook pensioenfondsen met een eindloonregeling. Daar is het pensioen gebaseerd op het laatstverdiende loon.


Een eindloonregeling is gunstig als uw salaris tijdens uw loopbaan bovengemiddeld stijgt. Volgt uw salaris de loontrend in de sector? Dan maakt het niet veel uit of u uw pensioen opbouwt in een middelloon-of eindloonregeling. Daalt uw salaris? Dan is een eindloonregeling ongunstig. In dat geval bent u beter af in een middelloonregeling, omdat u dan een hoger pensioen opbouwt.

 

Factor 2: toeslagenbeleid

Bijna alle pensioenfondsen verlenen toeslag op de pensioenen die ze uitkeren. Dat wil zeggen dat ze deze aanpassen aan de loon- of de prijsontwikkeling. Maar welke toeslagen verleent het pensioenfonds van de sector waar u vandaan kwam of naartoe gaat? Als u dat weet, kunt u vergelijken. U weet dan ook of het gunstig is om voor waardeoverdracht te kiezen. Lees ook de voorwaardelijkheidsverklaring waarin onder andere is vermeld met welk percentage het pensioen de laatste 4 jaar is verhoogd.

 

Verhoging van uw pensioen

Bpf-Mortel probeert ieder jaar uw opgebouwde pensioen te verhogen met de loonontwikkeling van de sectoren binnen Bpf-Mortel. Bpf-Mortel heeft de opgebouwde pensioenen over het jaar 2008 met 0,00% verhoogd.

 

Verhogingen over de afgelopen jaren

Bpf-Mortel heeft de opgebouwde pensioenen de afgelopen jaren als volgt verhoogd:

-  Over het jaar 2010 met 0.70%. De lonen stegen toen met 0,70%. 

-  Over het jaar 2007 met 2,01%. De lonen stegen toen met 2,01%. De prijzen gingen toen met 1,61% omhoog.

-  Over het jaar 2006 met 1,51%. De lonen stegen toen met 1,51%. De prijzen gingen toen met 1,16% omhoog.

Pas vanaf 2006 is een toeslagverlening voor de deelnemers van toepassing. Daarvoor had Bpf-Mortel een eindloonregeling. In een eindloonregeling is geen toeslagverlening nodig. Het opgebouwde pensioen volgde toen automatisch de ontwikkeling van uw loon.

 

Toekomstige verhogingen?

Bpf-Mortel betaalt de toekomstige verhogingen van uw opgebouwde pensioen uit beleggingsrendement, premies en reserves van het pensioenfonds. U hebt door deze verhoging en de verwachting voor de komende jaren niet meteen ook recht op verhogingen in de toekomst. Het bestuur neemt hierover ieder jaar een besluit. Besluit het bestuur slechts een gedeeltelijke of helemaal geen toeslag te verlenen? Dan probeert het de achterstand in de vijf daaropvolgende jaren in te halen.

 

Bpf-Mortel is in herstel

De dekkingsgraad van Bpf-Mortel is momenteel te laag. Daarom heeft Bpf-Mortel een herstelplan opgesteld. Het herstelplan heeft onder andere betrekking op het toeslagenbeleid van Bpf-Mortel. Na goedkeuring door De Nederlandsche Bank treedt het herstelplan in werking. Voor eind juni ontvangt u van Bpf-Mortel een brief over het herstelplan.

 

Factor 3: overzichtelijk

Het is natuurlijk overzichtelijker om uw pensioen op te bouwen bij één pensioenfonds. Als u dit belangrijk vindt, neemt u uw pensioenrechten mee naar uw nieuwe pensioenfonds. U kiest in dat geval dus voor waardeoverdracht.

 

Wat is uw conclusie na het afwegen van deze factoren?

Die conclusie zal per deelnemer verschillen. U beslist zelf hoe belangrijk u de verschillende factoren vindt. Als u dat weet, kunt u de juiste afweging maken en besluiten of u waardeoverdracht wilt.

 

Heeft uw nieuwe werkgever dispensatie voor de pensioenregeling van Bpf-Mortel?

Sommige mortel- en morteltransportondernemingen zijn vrijgesteld van de verplichting om deel te nemen aan de pensioenregeling van Bpf-Mortel. Ze hebben toestemming om mee te doen aan een andere pensioenregeling.

 

Treedt u bij zo een bedrijf in dienst? Dan moet u ook nadenken of u waardeoverdracht wilt. In dat geval maakt u dezelfde afweging als we in dit hoofdstuk hebben verwoord. Informeer daarom bij uw nieuwe werkgever bij welke verzekeraar hij is aangesloten.

 

Vraag waardeoverdracht binnen zes maanden aan! 

Waardeoverdracht wordt niet automatisch geregeld. U moet hier zelf om vragen bij uw nieuwe pensioenfonds. Volgens de wet moet u dit doen binnen zes maanden na indiensttreding bij uw nieuwe werkgever. Daarna zijn uw oude en uw nieuwe pensioenfonds niet meer verplicht om mee te werken. Het is dus belangrijk om snel te handelen, hoewel veel pensioenuitvoerders in de praktijk ook later nog bereid zijn om mee te werken.